ECLI:NL:HR:2021:1466
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt sectorindeling detailhandel voor franchisenemer ondanks gezamenlijke loonsom
Belanghebbende, een franchisenemer die een bouwmarkt exploiteert, was door de Inspecteur ingedeeld in sector 17 (Detailhandel en ambachten) op grond van artikel 95 Wfsv Pro. Belanghebbende verzocht om herindeling naar sector 19 (Grootwinkelbedrijf) op basis van artikel 5.4 van de Regeling Wfsv, de concernregeling, omdat de gezamenlijke loonsom van franchisenemers de grens van Bijlage 1 Regeling Wfsv overschrijdt.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de Inspecteur zijn beoordelingsvrijheid op redelijke wijze had ingevuld door te bepalen dat indeling plaatsvindt op basis van de werkzaamheden waarvoor de gezamenlijke werkgevers het grootste loon betalen. Omdat de werkzaamheden van de detailhandel kenmerkend zijn voor de groep als geheel, werd de indeling in sector 17 gehandhaafd.
In cassatie stelde belanghebbende dat de maatschappelijke functie van het geheel tot aansluiting in sector 19 moet leiden en dat het Hof dit zelfstandig had moeten beoordelen. De Hoge Raad verwierp dit middel en verwees naar een eerder arrest waarin de beoordelingsvrijheid van de Inspecteur werd bevestigd.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de sectorindeling van belanghebbende in sector 17. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de sectorindeling van belanghebbende in sector 17.