ECLI:NL:HR:2021:1356
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt sectorindeling franchisenemer in detailhandel ondanks concernregeling
Belanghebbende exploiteert als franchisenemer een supermarkt en was door de Inspecteur ingedeeld in sector 17 (detailhandel) op grond van artikel 95 Wfsv Pro. Belanghebbende verzocht om toepassing van de concernregeling (artikel 5.4 Regeling Wfsv) om ingedeeld te worden in sector 19 (grootwinkelbedrijf), omdat de gezamenlijke loonsom van franchisenemers de grens van Bijlage 1 Regeling Wfsv overschrijdt.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de Inspecteur de beoordelingsvrijheid bij toepassing van de concernregeling op redelijke wijze had ingevuld door uit te gaan van de sector waar het grootste deel van de loonsom betrekking op heeft, namelijk sector 17. De maatschappelijke functie van de groep als geheel rechtvaardigde geen afwijking naar sector 19.
In cassatie stelde belanghebbende dat de Inspecteur de concernregeling onjuist had toegepast en dat het Hof zelfstandig had moeten beoordelen of de maatschappelijke functie van de groep aansluiting bij sector 19 rechtvaardigde. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de hoofdregel is dat indeling plaatsvindt op basis van de sector waar het grootste premieplichtige loon wordt betaald. De maatschappelijke functie kan slechts in uitzonderlijke gevallen tot een andere indeling leiden, wat hier niet aan de orde was.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet tot proceskosten. Hiermee blijft de sectorindeling in sector 17 ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de sectorindeling in sector 17 bevestigd.