ECLI:NL:HR:2021:1451
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt sectorindeling detailhandel ondanks gezamenlijke loonsom franchisenemers
Belanghebbende exploiteert een supermarkt als franchisenemer en was door de Inspecteur ingedeeld in sector 17 (detailhandel) op grond van artikel 95 Wfsv Pro. Belanghebbende verzocht om herindeling in sector 19 (grootwinkelbedrijf) op basis van artikel 5.4 Regeling Wfsv (concernregeling), omdat de gezamenlijke loonsom van franchisenemers de grens van sector 19 overschreed. De Inspecteur wees dit verzoek af en handhaafde sector 17.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de concernregeling correct was toegepast en dat de maatschappelijke functie van de groep als geheel bepalend is, waarbij de grootste loonsom voor werkzaamheden in sector 17 ligt. Het hof stelde dat de gezamenlijke loonsom niet automatisch leidt tot herindeling in sector 19.
In cassatie stelde belanghebbende dat de Inspecteur de concernregeling onjuist had toegepast en dat het hof zelfstandig had moeten beoordelen of de maatschappelijke functie van het geheel aansluiting bij sector 19 rechtvaardigt. De Hoge Raad verwierp deze middelen en verwees naar een gelijktijdig arrest (nr. 20/01377) waarin de grenzen van de beoordelingsvrijheid van de Inspecteur zijn bevestigd.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de sectorindeling in sector 17. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de sectorindeling in sector 17.