ECLI:NL:HR:2021:1206

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 augustus 2021
Publicatiedatum
6 augustus 2021
Zaaknummer
20/03953
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake douanerechten

Belanghebbende, een vennootschap gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een uitnodiging tot betaling van douanerechten. Na eerdere cassatieprocedures en verwijzingen naar het Gerechtshof Amsterdam, werd het geschil opnieuw behandeld door het hof.

Belanghebbende stelde een middel in cassatie in tegen het arrest van het hof van 27 oktober 2020. De Hoge Raad heeft dit middel beoordeeld maar geoordeeld dat het niet leidt tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om het middel inhoudelijk te motiveren, omdat het niet relevant was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand, waarmee de uitnodiging tot betaling van douanerechten rechtsgeldig is gebleven.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/03953
Datum6 augustus 2021
ARREST
in de zaak van
[X] LTD. te [Z], Verenigd Koninkrijk, (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 27 oktober 2020, nr. 19/00224, betreffende een aan belanghebbende uitgereikte uitnodiging tot betaling van douanerechten.

1.Het eerste en tweede geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 4 december 2015, nr. 12/02875, ECLI:NL:HR:2015:3466, is vernietigd de uitspraak van het Hof van 10 mei 2012, nr. 10/00637, met verwijzing van het geding naar hetzelfde gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest. Bij arrest van de Hoge Raad van 15 februari 2019, nr. 18/00957, ECLI:NL:HR:2019:242, is vernietigd de uitspraak van het Hof van 30 januari 2018, nr. 15/00858, met verwijzing van het geding naar hetzelfde gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het derde geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door R.M.P.G. Niessen-Cobben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en hierbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend

3.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2021.