ECLI:NL:HR:2021:1122
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Het griffierecht is niet binnen deze termijn voldaan. Vervolgens is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het reeds betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.