ECLI:NL:HR:2021:1060
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over verzoek tot toekenning dwangsom wegens niet-tijdig beslissen middeling
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. Het geschil betrof een verzoek tot toekenning van een dwangsom wegens het niet-tijdig beslissen op een verzoek tot middeling.
De Hoge Raad heeft de klacht van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kan leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Omdat de klacht geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering vereist volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee wordt de uitspraak van het hof bekrachtigd en blijft de afwijzing van het verzoek tot dwangsom in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof wordt bekrachtigd.