Uitspraak
verblijvende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 december 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot machtiging voor voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, waarbij betrokkene verbleef in een inrichting voor verstandelijk gehandicapten. De geneeskundige verklaring was opgesteld door een arts voor verstandelijk gehandicapten en stelde een gecombineerde diagnose vast: lichte/matige verstandelijke beperking, autismespectrumstoornis en lage sociale ontwikkeling.
De rechtbank verleende de machtiging op basis van deze verklaring en aanvullende toelichting van een orthopedagoog. Betrokkene stelde in cassatie dat de verklaring niet voldeed omdat bij een gecombineerde diagnose ook een verklaring van een psychiater vereist is.
De Hoge Raad bevestigde dat vaste rechtspraak vereist dat bij gecombineerde diagnoses die het deskundigheidsgebied van een psychiater raken, ook een psychiatrische verklaring noodzakelijk is. De rechtbank had onterecht volstaan met alleen de verklaring van de arts voor verstandelijk gehandicapten. Daarom werd de beschikking vernietigd en het geding terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De beschikking tot machtiging voortgezet verblijf is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor verdere behandeling met een vereiste verklaring van een psychiater.