Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 december 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over partneralimentatie en de vraag of het echtscheidingsconvenant, waarin bewust is afgeweken van de wettelijke maatstaven, gewijzigd kan worden op grond van artikel 1:159 lid 3 BW Pro.
De man, verzoeker tot cassatie, betwistte de beschikking van het hof 's-Hertogenbosch van 13 december 2018, waarin het hof het verzoek tot wijziging van de alimentatie afwees. De vrouw, verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het hof 's-Hertogenbosch voor het feitencomplex en de procesgang. De klachten van de man leiden niet tot cassatie, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad overneemt. Het beroep wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.