Uitspraak
gevestigd te Amstelveen,
gevestigd te Badhoevedorp,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
29 november 2019.
Hoge Raad
Deze zaak betreft de vraag of sprake is van overgang van onderneming van Martinair Cargo (MAC) naar KLM, waarbij vrachtvliegers van Martinair hun arbeidsrelatie met KLM zouden voortzetten. De Hoge Raad toetst of het hof Amsterdam voldoende heeft onderzocht of de identiteit van de economische eenheid behouden bleef, met name of de exploitatie van MAC in feite door KLM werd voortgezet met dezelfde of soortgelijke bedrijfsmiddelen.
De Hoge Raad benadrukt dat in de luchtvaartsector de overdracht van materieel, zoals vliegtuigen, van wezenlijk belang is voor de beoordeling van overgang van onderneming. Het hof had onvoldoende gemotiveerd geoordeeld dat geen sprake was van overgang, zonder in te gaan op het betoog van eisers dat KLM feitelijk zeggenschap had over de MAC-vloot en deze exploiteerde als onderdeel van haar onderneming.
Daarnaast heeft het hof onterecht aangenomen dat KLM geen vrachtbestemmingen van MAC had overgenomen en onvoldoende rekening gehouden met de overlap in vrachtvervoer. Ook de zelfstandigheid van MAC als entiteit en haar commerciële afhankelijkheid van KLM zijn onvoldoende onderzocht.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor een hernieuwde beoordeling van alle relevante feitelijke omstandigheden die de overgang van onderneming kenmerken, met inachtneming van de jurisprudentie en richtlijnen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam is vernietigd en de zaak is verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde beoordeling van de overgang van onderneming.