Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Slotsom
4.Beslissing
5 februari 2019.
Hoge Raad
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van een cassatieberoep centraal, waarbij het beroep door de raadsman van verdachte per fax is ingediend op de laatste dag van de cassatietermijn. De fax bevat twee tijdstippen: 16:59 uur en 17:01:39 uur, terwijl de griffie sluit om 17:00 uur. De Hoge Raad herhaalt de eerdere jurisprudentie dat een per fax verzonden schriftelijke volmacht slechts tijdig is indien de ontvangst vóór sluiting van de griffie is begonnen.
De feiten tonen aan dat de schriftelijke bijzondere volmacht mogelijk om 16:59 uur ter griffie is begonnen binnen te komen, net vóór sluitingstijd. Hierdoor acht de Hoge Raad de verdachte ontvankelijk in het cassatieberoep, ondanks de Advocaat-Generaal die tot niet-ontvankelijkheid had geconcludeerd. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting om de Advocaat-Generaal alsnog in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het middel.
De uitspraak bevestigt het belang van nauwkeurige tijdregistratie bij faxindiening en verduidelijkt de toepassing van art. 450 Sv Pro in combinatie met art. 449 Sv Pro omtrent de aanvang van ontvangst van een schriftelijke volmacht. Hiermee wordt het recht op cassatieberoep beschermd mits tijdige ontvangst binnen de griffietijden.
Uitkomst: De Hoge Raad acht het cassatieberoep ontvankelijk en verwijst de zaak naar de rolzitting voor verdere behandeling.