ECLI:NL:HR:2018:409

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 maart 2018
Publicatiedatum
22 maart 2018
Zaaknummer
17/02792
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 3.151 Wet inkomstenbelasting 2001Art. 3.152 Wet inkomstenbelasting 2001Art. 6.2a Wet inkomstenbelasting 2001
Verwijzingen
7 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroepen in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en navorderingsaanslagen

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 2 mei 2017, waarin uitspraken werden gedaan over de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, premie Ziekenfondswet en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor de jaren 2005, 2006 en 2007, alsmede navorderingsaanslagen over 2005.

De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en stelde tevens incidenteel beroep in cassatie. Beide partijen brachten hun standpunten schriftelijk naar voren.

De Hoge Raad oordeelde dat noch de klachten in het principale beroep, noch het middel in het incidentele beroep aanleiding geven tot cassatie, omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken.

De Hoge Raad wees tevens proceskostenveroordeling af en verklaarde beide beroepen in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 23 maart 2018.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie ongegrond.

Uitspraak

23 maart 2018
Nr. 17/02792
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 2 mei 2017, nrs. BK-15/00890, BK-15/00891, BK-15/00892 en BK-15/00893, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 10/8760, SGR 11/5404, SGR 11/5406 en SGR 11/5409) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2005, 2006 en 2007 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV), premie Ziekenfondswet en voor de inkomensafhankelijke bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet en de over het jaar 2005 opgelegde navorderingsaanslagen IB/PVV en premie Ziekenfondswet, de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en de ten aanzien van belanghebbende voor de jaren 2005, 2006 en 2007 gegeven beschikkingen als bedoeld in de artikelen 3.151, lid 1, 3.152, lid 1 en 6.2a, lid 1, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend en schriftelijk zijn zienswijze omtrent het incidenteel beroep naar voren gebracht.

2.Beoordeling van de klachten in het principale beroep

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het middel in het incidenteel beroep

Het middel in het incidenteel beroep kan evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2018.