Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
9 maart 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie door de vrouw ten behoeve van haar zoon uit 2010. De man erkende zijn vaderschap en de rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €91 per maand, het hof verhoogde dit naar €100 per maand.
Het hof had de draagkracht van de man gelijkelijk verdeeld over zijn zes kinderen uit verschillende relaties, zonder rekening te houden met de feitelijke bijdragen van de man aan de andere kinderen en de draagkracht van de moeders van die kinderen. De vrouw stelde dat dit een onjuiste rechtsopvatting was en dat het hof onvoldoende onderzoek had gedaan.
De Hoge Raad oordeelde dat bij onderhoudsplicht voor kinderen uit verschillende relaties niet alleen de draagkracht van de onderhoudsplichtige, maar ook de bijdrageverplichtingen van de andere ouders moeten worden betrokken. Het hof had dit nagelaten en zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor een juiste beoordeling van de draagkrachtverdeling.