ECLI:NL:HR:2018:311

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 maart 2018
Publicatiedatum
9 maart 2018
Zaaknummer
17/00002
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt beperking toerekening bij onrechtmatige daad verkeersongeval

In deze zaak staat centraal de vraag naar de toerekeningsbeperking bij onrechtmatige daad in het kader van een verkeersongeval waarbij lichamelijk letsel is ontstaan. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen eerdere arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin de toerekening werd beperkt tot vijf jaar vanwege een psychische predispositie van eiser.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank en het hof die aan deze zaak voorafgingen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd. De klachten van eiser leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad bevestigt hiermee de bestaande jurisprudentie omtrent de beperking van toerekening bij onrechtmatige daad in verkeerszaken, waarbij rekening wordt gehouden met de psychische gesteldheid van het slachtoffer. Tevens veroordeelt de Hoge Raad eiser in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beperking van toerekening tot vijf jaar bevestigd.

Uitspraak

9 maart 2018
Eerste Kamer
17/00002
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. N.T. Dempsey
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Achmea.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/01/250689/HA ZA 12-703 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 december 2012 en van de rechtbank Oost-Brabant van 24 juli 2013;
b. de arresten in de zaak 200.139.251/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 maart 2014, 21 juli 2015, 24 november 2015 en 27 september 2016.
De arresten van 21 juli 2015 en 27 september 2016 van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van 21 juli 2015 en 27 september 2016 van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Achmea heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Achmea mede door mr. R.R. Oudijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
9 maart 2018.