Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Apeldoorn,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
9 maart 2018.
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal de vraag naar de toerekeningsbeperking bij onrechtmatige daad in het kader van een verkeersongeval waarbij lichamelijk letsel is ontstaan. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen eerdere arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin de toerekening werd beperkt tot vijf jaar vanwege een psychische predispositie van eiser.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank en het hof die aan deze zaak voorafgingen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd. De klachten van eiser leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de bestaande jurisprudentie omtrent de beperking van toerekening bij onrechtmatige daad in verkeerszaken, waarbij rekening wordt gehouden met de psychische gesteldheid van het slachtoffer. Tevens veroordeelt de Hoge Raad eiser in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beperking van toerekening tot vijf jaar bevestigd.