Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3. Beoordeling van het middel
4.Beslissing
2 maart 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de vrouw cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag betreffende de wijziging van de ingang van kinderalimentatie en de terugbetalingsplicht. De rechtbank Rotterdam en het hof Den Haag hadden eerder over deze kwestie beslist.
De man is in cassatie niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de vrouw heeft gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Daarom wordt het beroep verworpen en blijft de beschikking van het hof in stand. De uitspraak is gedaan door de raadsheren van Buchem-Spapens, Sieburgh, Wattendorff en Polak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof blijft in stand.