Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
bij vervroeging)
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
15 november 2015, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de na te noemen minderjarige [naam] , voor wat betreft de na heden (het hof begrijpt: na 14 juli 2016) te verschijnen termijnen, telkens bij vooruitbetaling zal uitkeren € 545,- per maand. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
- partijen zijn op 2 augustus 2000 gehuwd;
- partijen hebben één jong meerderjarig kind, te weten [naam1] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ;
- partijen hebben één minderjarig kind, te weten [naam] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] (hierna te noemen: [naam] );
- bij beschikking van 12 oktober 2012 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Op 9 november 2012 is die beschikking ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
- bij beschikking van 7 oktober 2013 is de hoofdverblijfplaats van [naam] bij de man bepaald en is de hoofdverblijfplaats van de [naam1] bij de vrouw bepaald;
- bij beschikking van 13 februari 2014 is bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de [naam1] zal uitkeren € 110,- per maand;
- bij beschikking van 12 juni 2015 is - met wijziging van de beschikking van 13 februari 2014 - de aan de man opgelegde kinderbijdrage voor [naam1] met ingang van
- bij beschikking van 17 juni 2016 heeft de rechtbank bij wijze van voorlopige voorziening het bedrag dat de man met ingang van 20 januari 2016 aan de vrouw zal verstrekken tot verzorging en opvoeding van [naam] bepaald op € 371,54 per maand.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
- dat de man met ingang van 20 januari 2016 aan de vrouw zal verstrekken tot verzorging en opvoeding van de minderjarige € 346,92 dan wel een door het gerechtshof in goede justitie te bepalen bedrag;
- onder gehoudenheid van de vrouw om de teveel door haar ontvangen kinderalimentatie sinds 15 november 2015 aan de man terug te betalen binnen twee weken na dagtekening van de ten deze te wijzen beschikking, dan wel vanaf een dusdanige datum als het gerechtshof in goede justitie mag menen te behoren.
( € 557,- minus € 418,38), te weten € 138,62 per maand. In de visie van de vrouw dient dit bedrag te worden opgeteld bij het vrij te laten bedrag. De vrouw wijst er op dat zij met ingang van 10 juni 2017 geen kindgebonden budget meer zal ontvangen omdat [naam] dan
18 jaar wordt. Ten slotte stelt de vrouw dat zij niet in staat is enig bedrag aan de man terug te betalen. De vrouw heeft de ontvangen bedragen uitgegeven ten behoeve van de minderjarige en zij is van mening dat terugbetaling in redelijkheid niet van haar verlangd kan worden. De vrouw verzoekt het hof de verzoeken van de man af te wijzen.
20 januari 2016 deels nog bij hem verbleef. Ter zitting in hoger beroep is gebleken dat de minderjarige, die bij de man zijn hoofdverblijf had, in november 2015 stage is gaan lopen en toen korte tijd bij de vrouw verbleef. Het was op dat moment niet de bedoeling van partijen dat de minderjarige zijn hoofdverblijf zou wijzigen en de man was in die periode nog verantwoordelijk voor de kosten van de minderjarige. Pas toen er medio januari 2016, nadat de man terugkeerde van een vakantie, een ruzie ontstond tussen de man en de minderjarige, is de minderjarige naar de vrouw verhuisd. Sinds die tijd heeft de minderjarige zijn hoofdverblijf bij de vrouw. Gelet op deze omstandigheden zal het hof de ingangsdatum van de wijziging bepalen op 20 januari 2016.
( 70% x [€ 3.3380,- - (0,3 x €3.3380,- + € 890,- + € 102,-) ] )
€ 905,- ) ] ) per maand.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
20 januari 2016 tot 10 juni 2017 op € 415,- per maand en met ingang van 10 juni 2017 op € 545,- per maand;