Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
9 januari 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake medeplegen van gewoontewitwassen via geldtransfers vanuit Nederland naar Jamaica, op grond van art. 420ter Sr en art. 420bis.1.b Sr.
Verdachte voerde onder meer niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie aan vanwege een door Nederlandse autoriteiten gefaciliteerde verkapte uitlevering. Tevens werd een bewijsklacht ingebracht en werd het aspect van de redelijke termijn aan de orde gesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn (art. 81 lid 1 RO Pro).
Het beroep wordt derhalve verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 9 januari 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.