Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
18 april 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake gewoontewitwassen via talrijke geldtransacties. De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het arrest uitsluitend met betrekking tot de strafduur en vermindering daarvan, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet leiden tot vernietiging behalve het derde middel dat slaagt wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. De stukken werden te laat door het hof ingezonden en de uitspraak van de Hoge Raad volgt meer dan twee jaar na het instellen van cassatie.
Als gevolg hiervan wordt de opgelegde gevangenisstraf verminderd van 308 dagen naar 301 dagen, waarvan 270 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen en de rest van het arrest blijft in stand.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 301 dagen, waarvan 270 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.