ECLI:NL:HR:2018:1681

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2018
Publicatiedatum
18 september 2018
Zaaknummer
16/05498
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 359a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 11 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak medeplegen gekwalificeerde diefstal met dodelijk vuurwapengeweld

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over medeplegen van gekwalificeerde diefstal met geweld, waarbij met een vuurwapen is geschoten en het slachtoffer is overleden.

De verdediging voerde onder meer een 359a-verweer aan vanwege het verhoor van een getuige buiten aanwezigheid van de verdediging en stelde een bewijsklacht in over het medeplegen van vuurwapengeweld. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.

Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en van Strien, en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 18 september 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

18 september 2018
Strafkamer
nr. S 16/05498
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 november 2016, nummer 20/001102-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.C. van der Want, advocaat te Middelburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 september 2018.