Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Waar het in deze zaak om gaat
3.Beoordeling van het door het Openbaar Ministerie voorgestelde middel
5.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
6.Beslissing
26 juni 2018.
Hoge Raad
De verdachte en haar toenmalige partner verrichtten SM-handelingen in het bijzijn van haar minderjarige kinderen van 10/11 en 13/14 jaar. Het hof sprak de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde seksueel corrumperen van kinderen jonger dan zestien jaar (art. 248d Sr), omdat het ontuchtig oogmerk ontbrak.
Het hof stelde vast dat de handelingen waren bedoeld om de kinderen te laten zien dat een SM-relatie liefdevol en veilig kan zijn, zonder seksuele opwinding van de verdachte. Hoewel alle fatsoensnormen en een sociaal-ethische grens werden overschreden, was dit onvoldoende voor het vereiste ontuchtig oogmerk. De dochter verklaarde dat de handelingen bedoeld waren om haar later te laten deelnemen, maar deze verklaring vond geen steun in het dossier.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, waarbij het begrip 'ontuchtig oogmerk' werd uitgelegd in lijn met art. 248d Sr en het Verdrag van Lanzarote, dat vereist dat de gedragingen voor seksuele doeleinden zijn verricht. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel van het Openbaar Ministerie en het middel van de verdachte. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, maar zonder rechtsgevolgen.
De verdachte werd wel veroordeeld voor het subsidiair tenlastegelegde schennis van de eerbaarheid (art. 239.3 Sr).
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van seksueel corrumperen minderjarigen wegens ontbreken ontuchtig oogmerk, maar veroordeeld voor schennis van de eerbaarheid.