Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
wonende te [woonplaats] , Spanje,
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
heeft [verweerder 1] en [betrokkene 1] bij brief van 11 juli 2001 erop gewezen dat de grond werd gekocht inclusief “alle eventuele restverontreiniging”, en hen bij brief van 7 augustus 2001 medegedeeld dat de staat geen garantie zou geven over de huidige staat van het perceel. Deze bagatelliserende mededelingen volstaan gezien de omvang en ernst van de nog aanwezige vervuiling niet als voldoende duidelijke waarschuwingen. Daar komt bij dat deze mededelingen van [betrokkene 2] niet los kunnen worden gezien van het gegeven dat de Provincie de sanering van het terrein had afgerond en overige sanering niet urgent achtte. Tegen die achtergrond en daarbij tevens in aanmerking nemend dat de Staat uiteindelijk bereid bleek om [verweerder 1] te vrijwaren voor alle claims (ook die van lagere overheden) wegens ongerechtvaardigde verrijking, moest [betrokkene 2] er rekening mee houden dat [verweerder 1] die aanwezige “restverontreiniging” en de daarmee samenhangende financiële risico’s beschouwde als van relatief geringe omvang ten opzichte van de in 2000 reeds verrichte sanering. Temeer had het op zijn weg gelegen om [verweerder 1] in aanmerkelijk krachtiger bewoordingen te waarschuwen.
4.Beslissing
22 december 2017.t