Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
29 mei 2015.
Hoge Raad
In deze zaak staat de vraag centraal of een advocaat aansprakelijk is voor schade die voortvloeit uit het niet waarschuwen van bestuurders over de risico’s van betalingen aan crediteuren nadat besloten was tot het aanvragen van het eigen faillissement. De advocaat had zijn cliënten geadviseerd over het betalingsbeleid en het uitstellen van de faillissementsaanvraag, maar had hen niet expliciet gewaarschuwd voor mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de advocaat niet de zorgvuldigheid had betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mocht worden verwacht. Het hof motiveerde dat er ten tijde van het advies onzekerheid bestond over de rechtmatigheid van selectieve betalingen en dat de advocaat daarom zijn cliënten had moeten waarschuwen voor het risico van persoonlijke aansprakelijkheid.
De Hoge Raad bevestigt dat de maatstaf voor de zorgvuldigheid van een advocaat ook geldt bij advisering en dat het hof deze maatstaf niet heeft miskend. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de aansprakelijkheid van de advocaat voor de beroepsfout wordt bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de advocaat wordt aansprakelijk gehouden voor het niet waarschuwen van bestuurders over risico’s van betalingen na faillissementsbesluit.