Uitspraak
gevestigd te Eindhoven,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 oktober 2017.
Hoge Raad
AVT Industrial Components B.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] werd bevestigd. De zaak betreft de vraag of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer in de zin van artikel 7:673 lid 7 sub c BW Pro, wat gevolgen heeft voor de transitievergoeding.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de kantonrechter en het gerechtshof en constateert dat de aangevoerde klachten onvoldoende gronden bieden voor cassatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep wordt gevolgd.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt AVT in de kosten van het geding. De beschikking is gegeven door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer T.H. Tanja-van den Broek.
Uitkomst: Het cassatieberoep van AVT wordt verworpen en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van transitievergoeding blijft in stand.