Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 17 mei 2019
[verzoeker],
Acacia Water B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“(…) Waar het in de kern om gaat is dat ik in toenemende mate binnen Acacia zie dat de inhoud niet leidend is. (…) Als [functie] wens ik onafhankelijk te blijven. (…) Het is (…) de kwaliteit van het werk van Acacia en de onafhankelijkheid van mijn eigen werk die het voor mij noodzakelijk maken om verder te kijken (…)”
“(…) Ongeveer een maand geleden heb ik aangegeven dat ik me genoodzaakt voel om bij Acacia weg te gaan. (…) Hiermee wil ik nogmaals aangeven dat het niet gaat om een overweging maar om een voor mij noodzakelijk besluit (…) Het is een voor mij noodzakelijk besluit omdat ik niet langer medeverantwoordelijk wil zijn voor omstandigheden die mijn inziens maatschappelijk onverantwoord zijn. (…) Ik zou jullie dan ook willen vragen dit te respecteren en mij verder met rust te laten zodat ik mijn werk kan doen en rustig op zoek kan gaan naar een andere baan. Een gesprek (…) lijkt me dan ook niet op zijn plaats.(…)”.
“(…) We willen in het gesprek bespreken welke afspraken we kunnen maken, zodat we constructief uit elkaar kunnen gaan (…)”.
“(…) Ik denk (…) dat een gesprek over uit elkaar gaan met wederzijds respect en daarmee goedvinden in het geheel niet aan de orde is. (…) Een gesprek zoals je nu voortstelt (…) is (…) alleen opportuun nadat ik een nieuwe baan heb gevonden. (…)”.
primair: te verklaren voor recht dat het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Acacia en dat zij op de voet van artikel 7:653 lid 4 BW Pro geen rechten kan ontlenen aan het concurrentie- en/of relatiebeding;
- als er als gevolg van laakbaar gedrag van de werkgever een verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan (bijvoorbeeld als gevolg van het niet willen ingaan op avances zijnerzijds) en de rechter concludeert dat er geen andere optie is dan ontslag;
- als een werkgever discrimineert, de werknemer hiertegen bezwaar maakt, er een onwerkbare situatie ontstaat en niets anders rest dan ontslag; als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat. Te denken is hierbij aan de situatie waarin de werkgever zijn re-integratieverplichtingen bij ziekte ernstig heeft veronachtzaamd;
- de situatie waarin de werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren en ontslag langs die weg te realiseren.
- de werknemer maakt zich schuldig aan diefstal, verduistering, bedrog e.d;
- de werknemer leent in strijd met kenbare gedragsregels geld uit de bedrijfskas, dit leidt tot vertrouwensbreuk;
- de werknemer leeft herhaaldelijk controlevoorschriften bij ziekte niet na, ook na toepassing van loonopschorting, en hiervoor zijn geen gegronde redenen;
- de werknemer komt veelvuldig en zonder gegronde redenen te laat op het werk; de bedrijfsvoering wordt hierdoor belemmerd. De werknemer is hierop vergeefs aangesproken;
- de werknemer probeert op oneigenlijke wijze zijn productiecijfers gunstiger voor te stellen, en heeft het vertrouwen van de werkgever daardoor ernstig beschaamd.