Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 januari 2017, waarin het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Limburg over een aanslag afvalstoffenheffing 2013 werd behandeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en wees het verzoek tot teruggave van griffierecht af, omdat geen samenhang bestond met een andere zaak bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.