Uitspraak
gevestigd te Dublin, Ierland,
gevestigd te Soest,
1.Het verdere verloop van het geding in cassatie
2.Verdere beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 maart 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen Ryanair Limited en PR Aviation over het gebruik van vluchtgegevens van Ryanair op de website van PR Aviation. Ryanair stelde dat het gebruik van deze gegevens in strijd was met een beding in haar algemene voorwaarden en dat PR Aviation daarmee wanprestatie pleegde.
In een tussenarrest stelde de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) over de reikwijdte van de databankenrichtlijn (DbRl) en de contractuele beperkingen die een maker van een databank kan opleggen. Het HvJEU oordeelde dat de richtlijn niet van toepassing is op databanken die niet auteursrechtelijk of sui generis beschermd zijn, waardoor contractuele beperkingen mogelijk zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het verbod in de algemene voorwaarden van Ryanair om gebruik te maken van haar databank nietig was. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd PR Aviation veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
De Hoge Raad wees een kostenveroordeling op grond van art. 1019h Rv af, omdat de grondslag van het hof dat PR Aviation geen wanprestatie had gepleegd geen stand hield, maar dit geen intellectueel eigendomsrecht betrof. De proceskosten werden begroot op €899,82 aan verschotten en €4.800,-- voor salaris.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Amsterdam en verwijst zaak naar Hof Den Haag; PR Aviation veroordeeld in proceskosten.