Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
(...)
(...)
4.Slotsom
5.Beslissing
25 oktober 2016.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een klaagschrift van een advocaat tegen beslag op bestanden die op zijn adres waren genomen. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond omdat de rechter-commissaris nog niet had beslist over het beroep op het verschoningsrecht.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank de behandeling van het klaagschrift had moeten aanhouden en de stukken aan de rechter-commissaris had moeten voorleggen, omdat volgens art. 98 Sv Pro eerst de rechter-commissaris moet beslissen over het verschoningsrecht. Het oordeel van de rechtbank dat het klaagschrift ongegrond was in afwachting van die beslissing was onjuist.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van de beschikking dat betrekking had op de bestanden en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling van het klaagschrift. Het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor zover het het beslag op bestanden betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.