Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
4 december 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verzoeker verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 juli 2015. Het geschil betreft de toepassing van de hardheidsclausule zoals opgenomen in artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet binnen het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).
De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten, waaronder het arrest ECLI:NL:HR:2015:1195, en bevestigt de rechtspraak van het hof. De klachten die in het cassatiemiddel zijn aangevoerd, zijn niet voldoende om tot cassatie te leiden, mede omdat deze niet bijdragen aan de rechtseenheid of rechtsontwikkeling zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van den Brink, Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door De Groot.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie en bevestigt het arrest van het gerechtshof.