ECLI:NL:RBNNE:2019:4979
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Idzenga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens kwade trouw en onvoldoende hardheidsclausule
Verzoeker heeft op 29 augustus 2019 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank constateert dat verzoeker bij het ontstaan van de schuld aan Aegon te kwader trouw heeft gehandeld door begin 2015 valse facturen in te dienen na een brand in zijn woning in 2014. Dit leidde tot een vonnis van 2 augustus 2017 waarbij verzoeker werd veroordeeld tot betaling van circa €333.000 aan Aegon.
De rechtbank hanteert de datum van het vonnis als aanvang van de vijfjaarstermijn voor toelating tot de WSNP. Omdat de schuld binnen deze termijn is ontstaan en te kwader trouw is, staat dit in principe toelating in de weg. Verzoeker deed een beroep op de hardheidsclausule op grond van zijn ongeneeslijke ziekte en stelde dat de omstandigheden die tot de schuld leidden nu onder controle zijn.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is aangetoond welke omstandigheden bepalend waren voor het ontstaan van de schuld en dat er geen verband is tussen de ziekte en het laakbare gedrag uit 2015. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat het verwijtbare handelen van verzoeker leidde tot een zeer hoge schuld en dat dit gedrag strafrechtelijk ernstig is. Daarom wordt het beroep op de hardheidsclausule verworpen en het verzoek tot toelating tot de WSNP afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens kwade trouw en onvoldoende aannemelijkheid van de hardheidsclausule.