ECLI:NL:GHDHA:2017:362

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
31 januari 2017
Publicatiedatum
17 februari 2017
Zaaknummer
22-004515-16
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs van daadwerkelijk stroomverbruik bij illegale aftakking

In hoger beroep is de verdachte terechtzitting gehouden wegens het ten laste gelegde illegaal stroomverbruik door het maken van een aftakking op een stroomkabel aangesloten op een zekeringskast.

De advocaat-generaal vorderde vernietiging van het vonnis en een veroordeling tot een werkstraf of hechtenis. In eerste aanleg was de verdachte veroordeeld tot een taakstraf. Het hof heeft echter geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat daadwerkelijk stroom is verbruikt.

Hoewel de verdachte een aftakking maakte die illegaal verbruik mogelijk maakte, is dit op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat er daadwerkelijk stroom is weggenomen. Het hof baseert zich hierbij mede op een arrest van de Hoge Raad uit 2015. Daarom is geen sprake van het strafbare feit van wegnemen in de zin van artikel 310 Sr Pro.

Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde. Dit arrest is uitgesproken op 31 januari 2017 door het Gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs van daadwerkelijk stroomverbruik.

Uitspraak

PROMIS
Rolnummer: 22-004515-16
Parketnummer: 10-165960-13
Datum uitspraak: 31 januari 2017
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 22 september 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1968,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 17 januari 2017.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2013 tot en met 12 september 2013 te Krimpen aan den IJssel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Eneco en/of Stedin Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd.
Daartoe overweegt het hof dat niet is komen vast te staan dat er daadwerkelijk stroom is verbruikt door de op het elektriciteitsnet aangesloten zekeringskast. De verdachte heeft weliswaar het illegaal verbruik van elektriciteit mogelijk gemaakt door een aftakking te maken van een stroomkabel die was aangesloten op een zekeringskast, maar deze handeling op zichzelf is – mede in aanmerking genomen het arrest van de Hoge Raad d.d. 24 november 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3361) - onvoldoende om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat dientengevolge daadwerkelijk stroom is verbruikt.
Mitsdien is geen sprake van ‘wegnemen’ in de zin van artikel 310 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De verdachte behoort dan ook te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout, mr. T.L. Tan en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier
mr. N.R. Achterberg.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 januari 2017.
Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.