Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
18 november 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een onrechtmatige ontruiming van een pand, gepleegd door de politie zonder naleving van de procedurele waarborgen van artikel 551a Sv, kan worden aangemerkt als een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv, wat leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij in een bedrijfsgebouw te Rotterdam wederrechtelijk was binnengedrongen en daar verbleef. Het hof had het OM niet-ontvankelijk verklaard wegens een onherstelbaar vormverzuim, omdat de politie het pand onrechtmatig had ontruimd zonder de voorafgaande schriftelijke aankondiging zoals voorgeschreven in de beleidsbrief van het College van procureurs-generaal.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de onrechtmatige ontruiming kwalificeerde als een onherstelbaar vormverzuim in het kader van het voorbereidend onderzoek. Volgens de Hoge Raad kan een onrechtmatige ontruiming op grond van artikel 551a Sv niet zonder meer leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM op grond van artikel 359a Sv. De zaak werd daarom vernietigd en terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting.
De uitspraak benadrukt het belang van de juiste procedurele toepassing van artikel 551a Sv en de beleidsbrief ter bescherming van het huisrecht en het recht op een eerlijk proces. Tevens wordt bevestigd dat schending van deze regels niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.