Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
15 september 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. De kern van het geschil betrof de vraag of een onrechtmatige ontruiming een onherstelbaar vormverzuim oplevert in de zin van artikel 359a Sv, wat zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
De Advocaat-Generaal stelde een middel van cassatie voor dat door de Hoge Raad werd gevolgd. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten (ECLI:NL:HR:2014:3306, 3307 en 3308) waarin is vastgesteld dat een onrechtmatige ontruiming niet als een onherstelbaar vormverzuim kan worden aangemerkt dat tot niet-ontvankelijkheid van het OM leidt.
Op basis van deze overwegingen vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onrechtmatige ontruiming die geen onherstelbaar vormverzuim oplevert.