Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
26 september 2014.
Hoge Raad
In deze civiele procedure ging het om de verdeling van gemeenschappelijke inboedelgoederen waarbij eiseres veroordeeld was tot betaling aan verweerder. Eiseres ging in hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waar een pilotreglement voor civiele dagvaardingsprocedures gold. Na meerdere termijnen voor het indienen van de memorie van grieven, vroeg eiseres tijdig een nader uitstel aan met een H5-formulier, maar het hof besloot pas op de rolzitting van 25 juni 2013 over dit verzoek, waarna akte niet-dienen werd verleend.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof in strijd met het pilotreglement niet tijdig heeft beslist op het uitstelverzoek, waardoor eiseres niet meer in de gelegenheid was haar memorie alsnog tijdig in te dienen. Dit was onrechtmatig omdat het pilotreglement bepaalt dat een beslissing op een uitstelverzoek zodanig tijdig moet worden genomen dat de verzoeker nog proceshandelingen kan verrichten bij weigering.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. De kosten van het cassatiegeding werden voorlopig gereserveerd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en vijf raadsheren, met openbare uitspraak door raadsheer G. de Groot.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens te late beslissing op het uitstelverzoek en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.