Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel c,het beginsel van hoor en wederhoor (art. 19 Rv Pro.) en de beginselen van een ‘fair trial’ (art. 6 EVRM Pro) geschonden nu de beslissing om akte niet-dienen te verlenen is gebaseerd op gegevens (een onjuist H-formulier) waarover [eiseres] (althans over de onjuistheid van dat H-formulier) zich niet heeft kunnen uitlaten, terwijl die mogelijkheid er nog wel was en de gevolgen van het verlenen van een akte niet-dienen verstrekkend zijn [12] .
3.4.3 Het bepaalde in art. 1.9 strekt ertoe dat vóór de afloop van de desbetreffende termijn komt vast te staan of het gevraagde uitstel al dan niet wordt verleend; klaarblijkelijk opdat – in het laatste geval – de verzoeker de gelegenheid heeft de proceshandeling waarvoor uitstel was gevraagd zo mogelijk alsnog tijdig te verrichten. Dit komt ook tot uitdrukking in de op het reglement betrekking hebbende Richtlijnen voor de toepassing voor zover deze onder 1.9.2 inhouden dat op een tijdig ingediend verzoek zo mogelijk uiterlijk op de vrijdag voor de roldatum wordt beslist en dat de indiener zo mogelijk op die dag (per telefoon of fax) bericht krijgt.
3.4.4 Gelet op deze strekking brengt een redelijke toepassing van art. 1.9 mee dat de beslissing op een tijdig ingediend verzoek om uitstel voor het verrichten van een proceshandeling als de onderhavige, dat – behoudens het zich hier niet voordoende geval van bijzondere omstandigheden – slechts op grond van klemmende redenen toewijsbaar is, in alle gevallen, en dus ongeacht of het juiste H-formulier is gebruikt en of daarin klemmende redenen zijn vermeld, gegeven wordt op een zodanig tijdstip dat in geval van weigering – waaronder mede te verstaan is: buiten behandeling laten (zie 1.8.1 van genoemde Richtlijnen) – de verzoeker nog de in 3.4.3 bedoelde gelegenheid heeft.”