Uitspraak
Fiscale eenheid [X] B.V. c.s.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te 's-Gravenhagevan 6 april 2012, nr. BK 11/00353, betreffende een beschikking inzake omzetbelasting.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over de jaren 2002 en 2003 die door de werkmaatschappij was voldaan. De Inspecteur wees dit verzoek af, waarna de Rechtbank en het Hof het beroep van belanghebbende deels afwezen wegens niet-ontvankelijkheid en tijdigheid van de verzoeken.
De Hoge Raad stelde vast dat het recht op teruggaaf was ontstaan in perioden waarin de werkmaatschappij geen deel meer uitmaakte van de fiscale eenheid. Volgens artikel 3a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 treedt bij beëindiging van de fiscale eenheid de uitgetreden entiteit in de plaats van de fiscale eenheid voor het deel van haar bedrijfsvermogen.
De Hoge Raad verwierp het standpunt dat alleen de fiscale eenheid recht zou hebben op teruggaaf en bevestigde dat de werkmaatschappij gerechtigd is tot teruggaaf van omzetbelasting wegens oninbare vorderingen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de uitgetreden werkmaatschappij gerechtigd is tot teruggaaf van omzetbelasting wegens oninbare vorderingen.