ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0876
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-toekenning teruggaaf omzetbelasting wegens te late indiening en oninbare vorderingen
Belanghebbende, onderdeel van een fiscale eenheid, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over facturen uit 2002 en 2003. De werkmaatschappij maakte tot 20 juli 2005 deel uit van de fiscale eenheid en werd in januari 2006 failliet verklaard. De verzoeken om teruggaaf werden echter pas in 2007 en 2008 ingediend.
De Inspecteur verklaarde de verzoeken niet-ontvankelijk wegens te late indiening, maar verleende ambtshalve een beperkte teruggaaf. De rechtbank verklaarde het bezwaar van belanghebbende ongegrond, maar oordeelde dat de Inspecteur het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard. Het hoger beroep richtte zich op de vraag of belanghebbende recht had op aanvullende teruggaaf.
Het Hof overwoog dat het recht op teruggaaf ontstaat op het moment dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat betaling uitblijft. Omdat de oninbaarheid van de vorderingen al in juli 2005 vaststond, hadden de verzoeken uiterlijk in 2005 ingediend moeten worden. Dit is niet gebeurd, waardoor de verzoeken te laat waren. Daarnaast behoren de oninbare vorderingen tot het bedrijfsvermogen van de werkmaatschappij, die niet meer tot de fiscale eenheid behoorde, zodat belanghebbende niet gerechtigd is tot teruggaaf.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf van omzetbelasting wegens te late indiening en oninbare vorderingen.