Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Essen, Duitsland,
gevestigd te Vechta, Duitsland,
gevestigd te Frankfurt, Duitsland,
wonende te [woonplaats], Duitsland,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
Op grond van art. 20 lid 1 EEX Pro-Vo kan een vordering van de werkgever slechts worden gebracht voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer woonplaats heeft. Nu [verweerder] woonplaats in Duitsland heeft, komt aan de Nederlandse rechter ten aanzien van de door [eiseres 1] ingestelde vorderingen geen bevoegdheid toe.
Uit hetgeen het hof in rov. 4.5 heeft overwogen, blijkt dat het hof niet heeft miskend dat [verweerder] bij [eiseres 1] werkzaam was zowel op basis van een tussen hem en [eiseres 1] gesloten arbeidsovereenkomst als in de hoedanigheid van bestuurder (in vennootschapsrechtelijke zin) van [eiseres 1]. Voorts blijkt uit rov. 4.5 dat het hof heeft onderkend dat [eiseres 1] haar vorderingen mede heeft gebaseerd op schending door [verweerder] van de krachtens art. 2:9 BW Pro op hem rustende verplichting tot behoorlijke vervulling van zijn taak.
Dit biedt steun aan een uitleg waarbij ook de tussen een bestuurder en de door hem bestuurde vennootschap bestaande verbintenissen, in het bijzonder de op de bestuurder rustende verplichting tot behoorlijke taakvervulling, worden aangemerkt als ‘verbintenissen uit overeenkomst’ in de zin van art. 5, aanhef en onder 1 (a), EEX-Vo.
Bij toepassing van art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo, in een geval als het onderhavige rijst de vraag welke de plaats is ‘waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen’.
5.Vragen van uitleg
6.Beslissing
24 januari 2014.