Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Nijmegen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
Zij hebben immers verzet gedaan tegen het verstekvonnis van de rechtbank en zijn vervolgens ter comparitie verschenen; bij die gelegenheid hebben zij zich verweerd tegen de vordering. Dit verweer, dat het standpunt impliceert dat [eiser] en zijn zuster als erfgenamen van hun vader aanspraak kunnen maken op de door VGZ onverschuldigd aan hun vader betaalde bedragen, was erop gericht om als erfgenamen te kunnen (blijven) beschikken over deze bedragen. Daarom dient het verweer te worden opgevat als een daad van stilzwijgende aanvaarding van de nalatenschap van hun vader. Aan de verwerping van die nalatenschap bij akte van latere datum komt derhalve geen betekenis toe. (rov. 3.14)
4.Beslissing
20 juni 2014.