Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geintimeerde sub 1] ,
2. [geintimeerde sub 2] ,
3. [geintimeerde sub 3] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
- beslist dat [geintimeerde sub 1] , [geintimeerde sub 2] en [geintimeerde sub 3] de in het vonnis van 9 juli 2014 genoemde inzage en afschriften dienen te verstrekken voor zover zij daarover beschikken;
- vastgesteld dat de vordering van [appellant] in de nalatenschap van de vader € 164.495 bedraagt;
- uitvoerbaar bij voorraad - [geintimeerde sub 1] , [geintimeerde sub 2] en [geintimeerde sub 3] veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis aan [appellant] te voldoen het resterende bedrag van zijn vordering uit de nalatenschap van erflater van € 52.622,-;
- de proceskosten gecompenseerd en het meer of anders gevorderde afgewezen.
heeft geen grieven gericht tegen het tussenvonnis van 8 januari 2014. Hij zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen dit vonnis, zeker nu in dit vonnis alleen een comparitie van partijen is gelast en daartegen op grond van artikel 132 lid 4 Rv Pro geen rechtsmiddel openstaat.
€ 38.755,-
€ 554.058,-
€ 34.250,-