ECLI:NL:HR:2013:BZ8317
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep en gezag van gewijsde bij ontslag van instantie in verzekeringsgeschil brandstichting
Deze zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de erven van wijlen [betrokkene 1] tegen arresten van het gerechtshof Den Haag in twee procedures over verzekeringsclaims na een brand in een pand te [plaats]. Verzekeraars hadden de schadevergoeding geweigerd wegens vermeende brandstichting door [betrokkene 1].
De Hoge Raad heeft overwogen dat het bij één dagvaarding instellen van cassatieberoep tegen arresten in verschillende procedures is toegestaan indien deze voldoende samenhangen en door dezelfde rechter zijn behandeld. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat een ontslag van instantie voordat een einduitspraak is gedaan, tot verval van de gehele instantie leidt, waardoor tussenuitspraken geen gezag van gewijsde verkrijgen.
In de ene procedure werd het beroep verworpen omdat het hof de eiser alsnog tot tegenbewijs had toegelaten, terwijl in de andere procedure het arrest werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling. De Hoge Raad veroordeelde verzekeraars tot betaling van de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof in zaak 105.005.453/01 is vernietigd en terugverwezen, het beroep in zaak 200.012.026/01 is verworpen.