ECLI:NL:HR:2013:BY4440
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- G. Snijders
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermogensbeheer en zorgplicht bank bij risicovol beleggingsbeleid en afwikkeling effectenportefeuille
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], die in 1998 zijn onderneming verkocht en een vermogensbeheerovereenkomst sloot met Dexia, en Dexia zelf. [Eiser] klaagt dat Dexia een te risicovol beleggingsbeleid voerde door het vermogen volledig in aandelen te beleggen, terwijl hij een beperkt risicoprofiel en een (pre)pensioenbestemming van het vermogen had. Tevens stelt hij dat de afwikkeling van zijn effectenportefeuille te lang heeft geduurd.
De rechtbank kende [eiser] een schadevergoeding toe wegens tekortkomingen van Dexia in haar zorgplicht, maar het hof vernietigde dit oordeel en wees de vorderingen af, stellende dat niet vaststond dat Dexia op de hoogte was van de (pre)pensioenbestemming en dat het beleggingsbeleid niet strijdig was met de wensen van [eiser]. Ook vond het hof dat de klacht over de afwikkeling onvoldoende was onderbouwd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuiste rechtsopvattingen hanteerde en onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld, onder meer omdat het niet is nagegaan of Dexia haar onderzoeksplicht heeft nageleefd conform het 'ken-uw-cliënt-beginsel'. Ook is onvoldoende onderzocht of de afwikkeling met bekwame spoed heeft plaatsgevonden. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.