ECLI:NL:HR:2013:BX9120
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling evenredige vermindering schenkingsrecht door overdrachtsbelasting
In deze zaak stond de vraag centraal hoe de vermindering van het recht van schenking op grond van artikel 24, lid 4, van de Successiewet 1956 dient plaats te vinden wanneer sprake is van een gedeeltelijke kwijtschelding van de koopsom van een woning.
De moeder van belanghebbende bouwde een woning en verkocht deze aan belanghebbende, waarbij een deel van de koopsom werd kwijtgescholden als schenking. De overdrachtsbelastinggrondslag werd verminderd op basis van artikel 13 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Het geschil betrof de vraag welk bedrag aan overdrachtsbelasting in mindering gebracht mag worden op het recht van schenking.
De Rechtbank Arnhem vernietigde de aanslag in het recht van schenking en het Hof bevestigde dit oordeel. De Hoge Raad oordeelde dat de overdrachtsbelasting naar evenredigheid moet worden toegerekend aan het bedrag waarover schenkingsrecht verschuldigd is en het bedrag waarover geen schenkingsrecht is verschuldigd. De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en bevestigde de redelijke uitleg van de wet.
De Hoge Raad benadrukte dat de tekst en strekking van artikel 24, lid 4, Sw niet toestaan dat omzetbelasting wordt betrokken bij de vermindering en dat de overdrachtsbelasting die niet is geheven vanwege artikel 13 Wbr Pro niet als betaalde overdrachtsbelasting kan worden aangemerkt. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de evenredige vermindering van het recht van schenking door overdrachtsbelasting wordt bevestigd.