ECLI:NL:HR:2013:BW6552
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onzakelijke lening en geïmputeerde rente in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap, had voor de jaren 1999/2000 tot en met 2001/2002 aanslagen vennootschapsbelasting ontvangen waarbij verliezen uit voorgaande jaren werden verrekend. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank de aanslagen en stelde de verliezen vast, maar het hof vernietigde dit weer en stelde de verliezen op nihil. De zaak betrof met name de afwaardering van onzakelijke leningen aan dochtermaatschappijen D SA en J, en de vraag of geïmputeerde rente moest worden verantwoord.
Het hof oordeelde dat de leningen onzakelijk waren en dat belanghebbende het debiteurenrisico had aanvaard vanwege haar aandeelhoudersrelatie, waardoor de verliezen niet aftrekbaar waren. Tevens werd geoordeeld dat geïmputeerde rente moest worden verantwoord. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte geen belang had toegekend aan de mogelijkheid dat verschuldigde rente niet inbaar zou zijn geweest, hetgeen gevolgen heeft voor de waardering van de rentevordering. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Daarnaast werd de Staat veroordeeld in de proceskosten en werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste waardering van rentevorderingen.