Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om het College te veroordelen in de proceskosten van de cassatieprocedure, behalve een vergoeding van € 944 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand aan belanghebbende. Het arrest werd op 18 oktober 2013 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.