ECLI:NL:HR:2012:BW0242
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.D.H. Asser
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Loth
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussentijdse beschikking ondernemingskamer
In deze zaak heeft de ondernemingskamer van de Amsterdamse rechtbank een beschikking gegeven waarbij Stichting Investor Claims Against Fortis is aangemerkt als belanghebbende in een procedure tegen Fortis over vermeend wanbeleid in de periode 2007-2008.
Fortis heeft tegen deze tussentijdse beschikking beroep in cassatie ingesteld. De ondernemingskamer heeft echter het verzoek van Fortis om tussentijds beroep in cassatie toe te staan afgewezen, waarna Fortis haar cassatieberoep voortzette.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van artikel 401a lid 2 in verbinding met artikel 426 lid 4 Rv Pro tegen een tussentijdse beschikking slechts beroep in cassatie kan worden ingesteld tegelijk met het beroep tegen de eindbeschikking, tenzij de rechter anders bepaalt. Omdat de ondernemingskamer het verzoek tot tussentijds beroep heeft afgewezen, is het cassatieberoep van Fortis niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad veroordeelt Fortis in de kosten van het cassatiegeding en wijst het beroep af. Hiermee wordt bevestigd dat tussentijdse beschikkingen in dergelijke procedures niet los van de eindbeschikking kunnen worden aangevochten in cassatie zonder toestemming van de rechter.
Uitkomst: Fortis wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep tegen de tussentijdse beschikking en veroordeeld in de kosten.