ECLI:NL:HR:2012:BV8959
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vermogensetikettering woongedeelte onroerende zaak bij landbouwonderneming
Belanghebbende, een landbouwondernemer, kreeg in 1984 via een nalatenschap een onroerende zaak toebedeeld aan zijn echtgenote. De stal en omliggende grond werden in de onderneming gebruikt, terwijl het woongedeelte later door verbouwing zelfstandig rendabel werd gemaakt en verhuurd.
De belastingdienst legde een navorderingsaanslag op omdat het woongedeelte niet als privévermogen werd aangemerkt. Zowel de Rechtbank als het Hof verklaarden het beroep ongegrond en bevestigden dat het woongedeelte tot het ondernemingsvermogen kon worden gerekend.
De Hoge Raad oordeelde dat het woongedeelte, dat niet bestemd is voor eigen bewoning maar zelfstandig rendabel is gemaakt en verhuurd wordt, onder omstandigheden tot het ondernemingsvermogen kan behoren. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard, waarmee de eerdere uitspraken werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het woongedeelte wordt als ondernemingsvermogen aangemerkt.