ECLI:NL:HR:2012:BV1401
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bepaling tijdstip pachtersvoordeel bij aankoop gepachte grond voor inkomstenbelasting
Belanghebbende exploiteerde tot november 2001 een akkerbouwbedrijf en had kavels gepacht van de Dienst Domeinen. In 1998 vroeg hij deze kavels aan te kopen. Na taxaties en onderhandelingen werd op 23 februari 1999 de koopovereenkomst gesloten. In 2001 verkocht belanghebbende de kavels en beëindigde hij zijn bedrijf.
De kern van het geschil betrof het tijdstip waarop het pachtersvoordeel, dat belast wordt in de inkomstenbelasting, moet worden bepaald. De rechtbank en het hof stelden vast dat dit tijdstip het moment van sluiten van de koopovereenkomst is, en niet eerder zoals belanghebbende betoogde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat zijn feitelijke waarderingen niet in cassatie konden worden getoetst. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard. De Hoge Raad legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het hof bevestigd dat het pachtersvoordeel wordt bepaald op het moment van sluiten van de koopovereenkomst.