Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende kocht in 1990 een stuk grond en melkquotum, waarbij de grond verpacht was aan zijn vader. In 1994 sloten belanghebbende en de inspecteur een vaststellingsovereenkomst over de fiscale behandeling van het pachtersvoordeel. In 2008 staakte belanghebbende zijn onderneming en bracht hij de grond deels over naar privé.
De rechtbank stelt vast dat de aanslag van 1990 aan de vader niet ter beoordeling staat en dat het pachtersvoordeel in 2008 belast is. De vaststellingsovereenkomst is geldig en bepaalt onder meer dat de aankoopwaarde van de grond ƒ 336.000 bedraagt en de vrije waarde ƒ 900.000. De rechtbank volgt de inspecteur dat de waardesprong belastbaar is en niet onbelast vanwege familierelatie.
Verder oordeelt de rechtbank dat de grond op de openingsbalans met toepassing van de foutenleer gecorrigeerd moet worden naar de aankoopwaarde. De landbouwvrijstelling is niet van toepassing op het pachtersvoordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag en heffingsrente blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente worden bevestigd.