Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [plaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“KOOPOVEREENKOMST en OVEREENKOMST VAN RUILING
12. Gedurende 4 jaar na datum ondertekening van deze overeenkomst heeft partij [verkopers] de tijd om te komen tot realisering van de plannen en heeft [eiser] het recht om de percelen, welke [verkopers] zal inbrengen in de ruiling, te pachten op basis van artikel 70f Pachtwet, conform de voorwaarden zoals inmiddels overeengekomen tussen partijen.
13. Na ommekomst van genoemde termijn van 4 jaar en bij niet doorgaan van hetgeen in deze overeenkomst is overeengekomen, heeft [eiser] het recht van 1-ste koop van de percelen welke hij totdantoe in pacht heeft van [verkopers] , deze percelen kan hij dan kopen en in eigendom verwerven voor € 22.500,-- per ha kosten koper.
Ontbindende voorwaarde
1. Deze overeenkomst zal zijn ontbonden, indien niet uiterlijk op 1 september 2010 alle benodigde bouw- en exploitatievergunningen zullen zijn afgegeven, zonder dat
2. In het geval dat op 1 september 2010 een der vereiste vergunningen als bedoeld in lid 1 nog niet mocht zijn verleend, maar gezien de stand van voorbereiding respectievelijk de behandeling van een daartegen door derden ingediend bezwaar- of beroepschrift, de verwachting gerechtvaardigd is, dat uiterlijk op 1 september 2011 die vergunning wel zal kunnen worden verleend, dan heeft [verkopers] het recht om verlenging van de termijn tot 1 september 2011 te verlangen.
3. Onverlet hetgeen in voorgaand lid 1 en 2 is vermeld, heeft [verkopers] het recht al hetgeen in deze overeenkomst (dus ook hetgeen omtrent meerwaarde is bepaald) is vastgelegd ten uitvoer te brengen voor 1 september 2011, als waren de benodigde vergunningen als bedoeld in lid 1 verleend, terwijl dat nog niet het geval is. [verkopers] neemt de risico’s van het slagen van het project dan geheel over.
Aldus overeengekomen en getekend in 3-voud te [plaats] op 22 augustus 2006.”
€ 97.168
€ 96.818
“(…) deze percelen kan hij dan kopen en in eigendom verwerven (...)”. Verder betrekt de rechtbank daarbij dat eiser en [verkopers] het initiatief tot koop van de door eiser gepachte landerijen bij het niet doorgaan van de ruil, volledig bij eiser hadden neergelegd en dat zij al een prijs per hectare hadden vastgesteld. Aannemelijk is dan ook dat zij hebben bedoeld overeen te komen dat eiser de landerijen die hij pachtte voor € 22.500 per hectare zou mogen kopen als de ruil niet zou doorgaan. Gelet daarop ging naar het oordeel van de rechtbank het risico van de waardeverandering van de landerijen over op eiser op het moment dat hij het recht van eerste koop na vier jaar inriep met betrekking tot de door hem gepachte gronden (vgl. HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1401). Dat [verkopers] niet direct tot levering wensten over te gaan, omdat zij liever een nieuwe, andere overeenkomst met eiser wilden sluiten, doet daaraan niet af. Op het moment dat eiser dat recht - in overeenstemming met wat partijen waren overeengekomen - inriep, was de koopovereenkomst tot stand gekomen en stond vast dat hij eigenaar van de landerijen zou worden. Daarbij merkt de rechtbank op dat het feit dat [verkopers] tot 1 september 2011 nog nakoming van de overeengekomen ruil zouden hebben kunnen verlangen, dat niet anders maakt. Immers, ook dat zou met zich hebben gebracht dat eiser eigenaar van de landerijen zou worden.
€ 890.583
€ 377.217