ECLI:NL:HR:2012:BQ9210
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Onverenigbaarheid groepsverbod en verbod op nevenactiviteiten netbeheerders met vrij kapitaalverkeer
In deze zaak staat centraal de vraag of het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten, opgenomen in de Wet onafhankelijk netbeheer (Won), strijdig zijn met het in art. 63 VWEU Pro neergelegde verbod op beperking van het kapitaalverkeer. Essent vordert een verklaring voor recht dat deze bepalingen onverbindend zijn wegens strijd met het EU-recht.
De Staat verdedigt het privatiseringsverbod, dat bepaalt dat aandelen in netbeheerders uitsluitend binnen de kring van de overheid mogen worden overgedragen, als een regeling van het eigendomsrecht die door art. 345 VWEU Pro wordt beschermd. Het hof verwierp dit en oordeelde dat het privatiseringsverbod geen absolute belemmering vormt en dat het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten een belemmering van het kapitaalverkeer zijn zonder geldige rechtvaardiging.
De Hoge Raad stelt dat het privatiseringsverbod wel degelijk absoluut is en kwalificeert het als een regeling van het eigendomsrecht in de zin van art. 345 VWEU Pro. Dit betekent dat de aandelen in netbeheerders niet aan het vrije kapitaalverkeer zijn onderworpen. De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het HvJEU over de betekenis van art. 345 VWEU Pro in dit kader en over de vraag of de doelstellingen van transparantie en concurrentieverstoring niet-economische belangen zijn die een rechtvaardiging kunnen vormen voor beperkingen op het kapitaalverkeer.
Uitkomst: Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het HvJEU en schorst de procedure over de verenigbaarheid van het groepsverbod en verbod op nevenactiviteiten met het vrij kapitaalverkeer.