ECLI:NL:PHR:2012:BQ9210
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over privatiseringsverbod en groepsverbod netbeheerders in relatie tot vrij verkeer van kapitaal
Deze zaak betreft de toetsing door de Hoge Raad van bepalingen in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet, waaronder het absolute privatiseringsverbod, het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten voor netbeheerders, aan het vrije verkeer van kapitaal zoals gewaarborgd in art. 63 VWEU Pro.
De Hoge Raad onderzoekt of deze wettelijke verboden verenigbaar zijn met het Europese recht. Het privatiseringsverbod houdt in dat aandelen in netbeheerders niet aan partijen buiten de overheid mogen worden overgedragen. Het groepsverbod verbiedt dat netbeheerders deel uitmaken van groepen die ook energieproductie of -handel verrichten, en het verbod op nevenactiviteiten beperkt activiteiten die niet direct verband houden met netbeheer.
De Raad stelt vast dat het privatiseringsverbod onder art. 345 VWEU Pro valt, die lidstaten ruimte biedt om te bepalen of en hoe zij privatiseren, en dat dit verbod dus niet zonder meer strijdig is met het vrije kapitaalverkeer. Het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten vallen echter niet onder deze uitzondering en kunnen een belemmering vormen. De Staat heeft deze verboden gerechtvaardigd met het oog op leveringszekerheid, transparantie en het voorkomen van concurrentieverstoring.
De Hoge Raad overweegt dat leveringszekerheid en bescherming van consumenten als niet louter economische belangen kunnen gelden die rechtvaardiging bieden. Tegelijkertijd benadrukt de Raad dat de proportionaliteitstoets strikt moet zijn en dat alternatieven moeten worden onderzocht. De zaak bevat uitgebreide analyse van wetsgeschiedenis, Europese jurisprudentie en de verhouding tussen nationale regelgeving en EU-recht. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU over de interpretatie van art. 345 VWEU Pro en de rechtvaardiging van dergelijke beperkingen.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het HvJ EU over het absolute privatiseringsverbod en de rechtvaardiging van het groepsverbod en verbod op nevenactiviteiten in relatie tot het vrije verkeer van kapitaal.